Geschiedenis


1935

Elk gemeentebestuur was volgens het decreet van 16 en 24 augustus 1790 en het Koninklijk Besluit van 15 maart 1935 verplicht de branden in eigen gemeente te voorkomen en te doen ophouden. Daartoe kon men zich aansluiten bij een gewestelijk centrum (in het geval van Ruiselede: Tielt) of kon men zelf een korps oprichten. Ruiselede startte een korps op dat bestond uit "Oud-Strijders" van de oorlog 1914-1918. Toendertijd hadden ze een handpomp, enkele linnen brandemmers, 100m brandslang, 2 lansen en enkele stukken opruimingsmateriaal ter beschikking. Door de hogere leeftijd van deze mannen, het gebrekkige materiaal en de gebrekkige (praktische) kennis was dit korp niet in staat om aan echte en vlugge brandbestrijding te doen en stierf het een langzame dood.



Eerste brandweerauto

1936

Gezien de belangerijkheid van de gemeente werd het gemeentebestuur in het jaar 1936 aangezocht door de Gouverneur om een vrijwillig brandweerkorps op te richten. De toenmalige burgemeester Julien Billiet, gemeentesecretaris Antoine Verstraete en Amaat De Baets trokken op verkenning bij andere korpsen. Bij het provinciebestuur en de brandweerinspectie werden eveneens adviezen ingewonnen en ondertussen werd naarstig naar 24 kandidaat-brandweermannen gezocht. Deze werden onder andere gerekruteerd onder de bewoners van het centrum, bij de middenstanders en anderen welke ter plekke werkten. Een korps werd samengesteld en een vergadering met het schepencollege werd belegd op het gemeentehuis.


1937

Zo werd het kops in 1937 opgericht en Amaat De Baerts werd aangesteld als bevelhebber. Het materiaal van de Oud-Strijders werd overgelaten aan het nieuwe team. De alarmering bij brand gebeurde per fiets door Julien Pardo met de klaroen. Voor het drogen van de slangen beschikte men over een staande telefoonpaal in de tuinen van Jozef Cnockaert in de Poekevoetweg. Als arsenaal beschikten ze over de garage van het gemeentehuis

Anekdote eerste brand: "Het brandde te Kruiskerke in de stallingen van café "De Reisduif". Al lopend met de zware handpop vertrokken we, tot de gemeentesecretaris zijn auto Chevrolet uit de garage haalde. De handpomp werd aan de auto vastgemaakt en dan vooruit. Albert Goethals had op de achterkant van de auto postgevat om de pomp in de bochten in evenwicht te houden. In het zicht van de brand in een korte draai vlogen de spaken uit de houten wielen. De pomp was gesneuveld. Dan maar lopen naar de brand en met emmers water de klus opgeknapt."


Na dit voorval schafte de gemeente zich een aanhangwagen, met daarin een draagbare motorpomp en allerlei brandweermateriaal, aan.

1939

In 1939 Kocht de gemeente een omgebouwde Buick welke diende voor het vervoer van de brandweermannen en het trekken van de aanhangwagen. De mannen kregen eveneens brandkledij. Datzelfde jaar vond de mobilisatie plaats. De mannen bezaten een burgelijk mobilisatieboekje en konden zo niet opgeroepen worden. Twee mannen echter die werkloos waren Aimé Sloore en Léon Huyhelier moesten spijtig genoeg hun eenheid vervoegen.

1940

In 1940 werd het oorlog. Naast het bestrijden van branden moesten de mannen helpen aan het onderbrengen en het bevoorraden van de vluchtelingen. Een achtergelaten auto Chevrolet van het Belgisch leger werd aan de haak geslagen en ingericht als 2e brandweerwagen. In het torentje van het gemeentehuis werd een uitkijkpost geïnstalleerd om de vluchten van de vijandelijke vliegers na te gaan.

1956

In 1956 kregen wij onze uitgangstenue en datzelfde jaar werd ook een grote gewestelijke oefening gehouden op het voetbalplein van het Rijksopvoedingsgesticht

1962

Het provenciaal Brandweercongres


Brandweer Ruiselede 1971

1971

Na vele jaren van onderhandelen, schrijven en bezoeken aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken kregen wij een nieuw brandweerstation en al waraen wij maar een C-korps, de bauw werd door de staat betoelaagd. Dat werd on door velen benijd. Ondertussen hadden wij een tweede brandweerwagen in bruikleen gekregen door de Civiele Bescherming. Die was eerst onderweg gebleven, maar 's anderendaags is hij toch aangekomen.

1974

De bevelhebber wordt op rust gesteld en opgevolgd door Lt. Joris Vanhecke.

p

IN DE KIJKER


LINKS